Tagging research on eel in Belgium

Friday, March 3, 2017

Today on the VLIZ Marine Science Day, Pieterjan Verhelst, winner of the VLIZ Communication Award 2016, could present the end product of his prize: an animation video about eel telemetry research in Belgium. The video can be viewed through the link below, as well as short introduction on this video (in dutch).

 

De Europese paling (Anguilla anguilla) is een van onze bekendste vissen. Ondanks jarenlang onderzoek kan de soort nog steeds niet gekweekt worden. Er bestaan wel palingkwekerijen, maar die kopen jonge wilde paling op om die vervolgens vet te mesten. Mede door consumptie en overbevissing is de palingpopulatie sinds de jaren 70 dramatisch (met 98%) gekrompen. Ook andere factoren zoals allerlei barrières tijdens de trek (stuwen, sluizen …), watervervuiling, ziektes en parasieten, tot klimaatverandering spelen een rol. Deze achteruitgang is ook duidelijk bij de glasaalintrek aan onze kust. Jonge doorzichtige palingen van 5-10 cm lang ('glasalen') trekken elk voorjaar tussen februari en mei vanuit zee het zoete water op. Uit onderzoek de voorbije decennia blijkt het om nog slechts een paar procent te gaan van het aantal dat 50 jaar geleden onze rivieren opzwom. Om glasalen in België de kans te geven het zoete water te koloniseren, wordt – op basis van onderzoek van het INBO – sinds enkele jaren aangepast spuibeheer toegepast: hierbij zet de Vlaamse waterbeheerder Waterwegen en Zeekanaal NV tijdens de intrekperiode de sluizen bij hoog water op een kiertje. Wanneer ze enkele jaren later volgroeid zijn, veranderen ze in het zogenaamde ‘zilverpaling-stadium’. Om de 6000 km lange trektocht naar de Sargassozee tot een goed einde te brengen ontwikkelen ze grotere vinnen en veranderen ze van kleur. Om beter gecamoufleerd te zijn tegen vijanden, meten ze zich een donkergrijze rug en een zilverwitte buik aan. En omdat ze tijdens de trek naar de Sargassozee niet meer eten, kwijnt hun spijsverteringsstelsel weg. Net als bij de jonge glasaal, botst ook de volwassen zilverpaling op heel wat hindernissen (waterkrachtcentrales, pompstations, stuwen en sluizen), maar dan in omgekeerde richting. Om inzicht te krijgen in hoe palingen deze soms gevaarlijke migratieknelpunten passeren en hun reisroute op zee vervolgen, zet het Europese project LifeWatch in op het zenderen en volgen van zilverpaling. Het VLIZ, INBO, UGent en VLAIO bouwen binnen dit kader een netwerk van ontvangers uit. Met de bekomen info kunnen waterbeheerders vervolgens zo veel mogelijk de weg vrijmaken voor de trekkende paling. Intussen suggereert het onderzoek ook nieuwe trekroutes voor de paling. In strijd met de algemene opvatting dat uittrekkende zilverpaling de Noordzee via de noordelijke uitgang verlaat, toont de LifeWatch-monitoring dat ook de zuidwestelijke route via het Engels Kanaal mogelijk een rol van betekenis speelt. Aanwijzingen hiervoor zijn de passage van zowel Belgische, Nederlandse als Duitse palingen voor de kust van België. Deze kortere route bespaart energie wat de voortplanting ten goede komt. Een ander mogelijk gevolg is dat het voorkeur geniet beheersmaatregelen te nemen in die landen waar paling de ‘korte route’ neemt (bv. België en Nederland). Met de bedoeling het brede publiek te informeren over de problematiek van de Europese paling en over de bevindingen van het zenderonderzoek, maakte het VLIZ voor LifeWatch Belgium een korte animatiefilm aan (3 minuten).